Challenge Waterschap Gooi & Vechtstreek
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht: van ambitie naar circulaire praktijk
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht werkt aan een toekomstbestendig watersysteem waarin grondstoffen hun waarde behouden en afval zoveel mogelijk wordt voorkomen. Met DART brengen we circulariteit concreet in de praktijk. We maken bewuste keuzes voor hergebruik, een langere levensduur van materialen en een efficiënter gebruik van energie en grondstoffen.
Zo draagt DART bij aan schoon en voldoende water, sterke infrastructuur en een leefbare regio, vandaag én voor toekomstige generaties.
Challenge A: Maaisel als grondstof: van reststroom naar circulaire toepassing
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en Waternet beschikken over grote hoeveelheden maaisel. Maaisel is plantaardig materiaal dat vrijkomt bij het maaien, zoals gras, riet (het grootste deel), kruiden en kleine takjes. Het is dus geen homogeen product, wat het uitdagend maakt. Ook is er veel last van invasieve planten, zoals de grote waternavel. Dit mengsel verzamelt Waternet bijvoorbeeld bij het onderhoud van bermen, dijken en oevers. Het kan worden gecomposteerd of verwerkt tot nieuwe grondstoffen en producten.
Op dit moment wordt slechts een klein deel daarvan gecomposteerd. Voor het overige maaisel ontbreekt nog een hoogwaardige circulaire toepassing.
Een belangrijk knelpunt is de vervuiling van het materiaal. Ook na droging is het maaisel onvoldoende zuiver om er eenvoudig hoogwaardige producten of grondstoffen van te maken. Eerdere pogingen om het materiaal te reinigen en te verwerken vergden veel tijd, energie en inspanning.
Daarnaast kan de juridische status van maaisel als afvalstof de verwerking en toepassing ervan beperken. Daarom wordt gezocht naar oplossingen die zowel technisch als juridisch haalbaar zijn. Isolatiemateriaal zou een oplossing kunnen zijn.
De challenge richt zich op het verkennen van een pilot voor het reinigen en circulair toepassen van maaisel. Daarbij staan drie vragen centraal:
• welke toepassingen haalbaar zijn;
• of de oplossing kan worden opgeschaald;
• of een sluitende businesscase mogelijk is.
Challenge B: Van waterbiomassa naar waardevolle grondstof
In het oppervlaktewater komen grote hoeveelheden algen, kroos, waterplanten en andere organische materialen voor. Ook invasieve exoten, planten die hier van nature niet voorkomen en zich snel verspreiden, kunnen sterk toenemen. Grote hoeveelheden van deze biomassa kunnen de waterkwaliteit en het ecologisch evenwicht verstoren (door veel stikstof en fosfaat). Tegelijkertijd bestaan er nog weinig geschikte toepassingen voor het materiaal dat uit het water wordt verwijderd.
De centrale vraag is of deze waterbiomassa kan worden benut als circulaire grondstof. Door algen, kroos en invasieve exoten te oogsten, kan mogelijk zowel de waterkwaliteit worden verbeterd als nieuwe biomassa worden gewonnen.
De gewonnen biomassa kan mogelijk worden verwerkt tot waardevolle producten, zoals energie, bouwmaterialen of andere biobased grondstoffen. Daarmee kan lokaal beschikbare biomassa worden benut en kan de afhankelijkheid van geïmporteerde grondstoffen mogelijk afnemen.
Tot nu toe is er nog niet met deze aanpak geëxperimenteerd. Daarom zoeken we partijen die samen met ons een pilot willen ontwikkelen en uitvoeren. In deze pilot willen we onderzoeken:
• welke soorten waterbiomassa geschikt zijn voor hergebruik;
• hoe deze biomassa efficiënt kan worden geoogst en verwerkt;
• welke circulaire toepassingen technisch en economisch haalbaar zijn;
• wat het effect van de aanpak is op de waterkwaliteit en de aanwezigheid van invasieve exoten;
• of de oplossing kan worden opgeschaald;
• welke wet- en regelgeving van toepassing is.
Een belangrijk aandachtspunt is de mogelijke afvalstatus van de geoogste biomassa. Onderzocht moet worden onder welke voorwaarden het materiaal niet langer als afvalstof wordt beschouwd en veilig als grondstof kan worden toegepast.
Het doel is een schaalbare, circulaire oplossing die bijdraagt aan schoner en ecologisch gezonder oppervlaktewater én waarde creëert uit lokaal beschikbare biomassa.
Challenge C: Hoe maken we natuurgebaseerd waterbeheer mogelijk in een beperkte ruimte?
Binnen het waterbeheer worden producten, materialen en technische oplossingen gebruikt die invloed kunnen hebben op de waterkwaliteit. Tegelijkertijd benutten we de mogelijkheden van natuurlijke processen nog onvoldoende. Kunnen we minder afhankelijk worden van chemische toepassingen en vaker kiezen voor oplossingen die samenwerken met de natuur?
Natuurgebaseerde oplossingen kunnen meerdere doelen combineren. Ze kunnen bijdragen aan schoner water, meer biodiversiteit, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. Denk aan natuurvriendelijke oevers, meer ruimte voor rivieren, natuurlijke waterzuivering en voorzieningen die regenwater vasthouden en in de bodem laten infiltreren.
De grootste uitdaging is de beschikbare ruimte. Vooral in stedelijke en dichtbebouwde gebieden concurreren water, natuur, wonen, mobiliteit en recreatie met elkaar. Daarom zoeken we oplossingen die ook binnen smalle watergangen, versteende buurten en intensief gebruikte gebieden toepasbaar zijn.
Mogelijke oplossingen zijn:
• compacte of modulaire natuurvriendelijke oevers;
• drijvende beplanting of onderwaterstructuren die de biodiversiteit versterken;
• natuurlijke filters van planten, bodemmaterialen of biobased grondstoffen;
• waterdoorlatende verharding, wadi’s en andere infiltratievoorzieningen;
• biobased alternatieven, bijvoorbeeld materialen op basis van plantaardige grondstoffen zoals aardappelzetmeel;
• multifunctionele oplossingen die waterberging combineren met natuur, recreatie of gebiedsontwikkeling;
• beelden, video’s of digitale visualisaties die de werking en meerwaarde van deze oplossingen inzichtelijk maken.
Een concrete ambitie is om natuurvriendelijke oevers zo breed mogelijk toe te passen en te onderzoeken wat nodig is om uiteindelijk alle daarvoor geschikte watergangen natuurvriendelijk in te richten.
We zoeken partijen die samen met de waterschappen een pilot willen ontwikkelen. Daarbij onderzoeken we:
• welke natuurgebaseerde oplossingen binnen een beperkte ruimte werken;
• wat het effect is op waterkwaliteit en biodiversiteit;
• welke chemische producten of materialen kunnen worden vervangen;
• hoe de oplossingen kunnen worden ingepast, beheerd en onderhouden;
• onder welke voorwaarden grootschalige toepassing mogelijk is.
Challenge D: Sociale innovaties: drinkwaterbesparing, minder gebruik van PFAS en beter scheiden van gft-afval
Een duurzame omgang met water vraagt niet alleen om technische oplossingen, maar ook om ander gedrag. Inwoners hebben invloed op het watergebruik en op de stoffen die via huishoudens en de leefomgeving in het water terechtkomen. Toch is die invloed niet altijd zichtbaar en wordt waterkwaliteit nog onvoldoende als een gedeelde verantwoordelijkheid ervaren.
Drinkwaterbesparing is een belangrijk onderdeel van deze challenge. Hoe kunnen innovatieve oplossingen inwoners helpen om bewuster met drinkwater om te gaan en hun verbruik blijvend te verminderen? Alleen informeren is meestal niet genoeg. De uitdaging is om oplossingen te ontwikkelen die gewenst gedrag begrijpelijk, aantrekkelijk en eenvoudig maken.
Daarnaast richt de challenge zich op het verbeteren van de waterkwaliteit door vervuiling bij de bron aan te pakken. Stoffen zoals PFAS zijn moeilijk uit het water te verwijderen zodra ze daarin terechtkomen. Het voorkomen of verminderen van uitstoot is daarom essentieel. Dit vraagt om samenwerking tussen inwoners, gemeenten, bedrijven, kennisinstellingen en waterorganisaties.
Een ander voorbeeld is gedragsverandering voor het beter scheiden van gft-afval. Dit wordt nu vaak vermengd met plastic, verpakkingen of restafval, waardoor hoogwaardige verwerking moeilijker wordt.
Binnen het innovatieprogramma wordt onderzocht welke aanpakken daadwerkelijk tot blijvende gedragsverandering leiden.
We zoeken innovatieve oplossingen die kunnen bijdragen aan:
• blijvende besparing van drinkwater;
• meer bewustzijn over de invloed van dagelijks gedrag op waterkwaliteit;
• het voorkomen van vervuiling bij de bron;
• een betere aanpak van stoffen zoals PFAS;
• een sterkere gedeelde verantwoordelijkheid voor schoon en voldoende water;
• gedragsverandering voor het beter scheiden van gft-afval.
Het doel is om kansrijke oplossingen in de praktijk te testen en te onderzoeken welke aanpak kan worden opgeschaald binnen het beheergebied.
Challenge E: Open challenge